Leven vanuit liefde


Hoofdstuk 18

Dus God vindt zonde niet belangrijk?



“We moeten ons niet laten ontmoedigen; we zijn niet op ons slechtst wanneer we ons bewust zijn van onze fouten; integendeel, dan zijn we juist minder ‘slecht’. Dan zien we duidelijker. En laten we niet vergeten, en dat is tot onze troost, dat we onze zonden nooit bemerken totdat Hij ze begint te genezen.”

- Francois Fenelon (1651-1715)




De voorganger had me uitgenodigd om te komen spreken op een retraite met zijn oudsten. “Zou je ons onderwijs willen geven over genade? Onze leiders hebben dat echt nodig!”
Op vrijdagavond begon ik het fundament neer te leggen om een juist begrip te krijgen van Gods genade. Ze waren niet onder de indruk. Ze lachten niet om mijn verhalen en reageerden niet op mijn inleiding. Of ze vertrouwden mij niet helemaal of het materiaal beviel hen niet. Ik weet het niet. Ik hoopte dat het de volgende morgen beter zou gaan... maar de stemming was niet veranderd.
Nadat ik een paar keer had geprobeerd hen voor me te winnen, stopte ik tenslotte. “Mag ik u wat vragen,” begon ik. “Kom ik over?”
Ze voelden zich niet op hun gemak en keken van de een naar de ander, maar de meesten keken uiteindelijk naar een wat oudere man in de hoek. Na een moment zei hij:”Wat ik u hoor zeggen, is dat deze jonge mensen, die naar onze gemeente komen, niet door dezelfde hoepels hoeven te springen, als waardoor ik mijn hele leven met zoveel moeite door heen probeerde te springen.”
Mooi zo, dacht ik. Ze hebben het door! Ik knikte toen hij stopte.
‘Nou, ik zal u eens wat vertellen.” De stemming werd grimmiger. “Als u denkt, dat ik ze zo maar zal laten gaan, dan bent u gek!” Ik keek de kamer rond en zag instemmende knikjes. Het was duidelijk, dat ik in de minderheid was.
“Waarom ben ik hier,” vroeg ik en keek naar de voorganger.
“Zoals ik u heb gezegd: wij weten niet wat genade inhoudt!”
En dat klopte! Hun zekerheid met God was afgeleid van (het zich houden aan) hun regels en religieuze gewoonten en dat had hen op een podium gezet, boven de andere mensen en ze waren niet van plan dat op te geven. Ze hadden het dienen van God tot ‘hun god’ gemaakt en ze kenden de Levende God niet.


De ‘ja-maar’ theologie

Ik begreep hun dilemma omdat ik ook zo was geweest. Wie kent die mensen niet, die Gods genade gebruiken als een excuus om schaamteloos hun eigen gang te gaan? Ze nemen Gods vergeving aan en de eeuwigheid in de hemel, maar gaan door met hun leven in dezelfde gevangenschap net zoals de mensen in de wereld om hen heen. Omdat we niet een ‘goedkope genade’ willen voorschotelen aan mensen die de dingen toch niet willen doen op Gods manier, stellen we een lijst op, waarop staat wat we verwachten van een echte christen.
Het is net alsof we de boodschap van genade alleen maar gedurende de eerste vijftien minuten van iemands geboorte in Gods koninkrijk vol kunnen houden. Daarna zadelen we hen op met de verplichtingen die horen bij een goed christen zijn:”Natuurlijk worden we gered door genade, maar dat wil niet zeggen, dat we op ons achterste kunnen gaan zitten en niets doen. God is een liefhebbende Vader, maar misbruik dat gegeven niet, want Hij is ook een strenge rechter. We worden niet gered door onze werken, maar we moeten wel een leven leiden, dat Hem behaagt.” Dat laatste bestaat meestal uit een mengsel van bijbellezen, gebed, kerkbezoek en rechtvaardige daden.
Als we deze ‘ja maar’ theologie aanhangen, eindigen we waar we waren begonnen: een prestatie-gerichte relatie met God. En we vragen ons iedere dag af of we wel genoeg hebben gedaan om een goede christen genoemd te kunnen worden en we beoordelen anderen met dezelfde maatstaven. Het berooft ons niet alleen van alle vreugde van Hem te kennen, maar ook van de bemoediging door onze relaties met anderen.
Iedere keer wanneer we iets toevoegen aan Gods werk aan het kruis, wordt de boodschap vervormd en beroven we haar van haar kracht. Paulus maakte duidelijk, dat alleen het kruis hem totaal had veranderd. “Wat mijzelf betreft, ik zal alleen maar hoog opgeven van onze Heer Jezus Christus, die aan het kruis gestorven is. Samen met Hem is de wereld voor mij dood, en ben ik voor de wereld gestorven.” (Gal.6:14).
Genade heeft geen toevoegingen nodig. Zelfs hoewel Paulus zag dat mensen hun pas gevonden vrijheid gebruikten als een excuus voor het vlees en hen waarschuwde dat niet te doen, probeerde hij nooit hen te veranderen door menselijke inspanningen toe te voegen aan Gods genade. Hij wist dat de oplossing elders lag.
Het is net zo’n paradox als waarvoor Jezus waarschuwde: wij zullen ons leven vinden als we het verliezen. Als we in Zijn genade leven, leidt ons dat naar vrijheid: vrijzijn van zonde. Als we onder Zijn oordeel leven, leidt ons dat naar nog grotere zonde. Zo is het altijd geweest, hoewel het tegen de menselijke logica ingaat. Dat komt doordat wij veel meer gewend zijn om ons te onderwerpen aan externe druk, dan dat we gewend zijn veranderd te worden door Zijn aanwezigheid in ons. Want velen die dit laatste nooit hebben ervaren, betwijfelen of het wel zal werken.
Maar het werkt wel! Als je eenmaal hebt ervaren dat God een welbehagen in jou heeft als Zijn kind en vervolgens de vreugde van de vriendschap die daar het gevolg van is, zal je merken dat je je eigen wensen opgeeft en de Zijne omarmt. Natuurlijk wil dat welbehagen niet zeggen, dat Hij het met alles eens is wat we doen. Hij weet gewoon dat wij zonder Hem geen macht hebben over zonde en dat, ongeacht wat voor wilskracht we ook kunnen aanwenden, het slechts een paar maanden zal standhouden, voordat we weer gebonden raken.
Dus God bekommert Zich nog steeds om zonde. Heel erg zelfs! Zonde maakt iets kapot waar Hij van houdt. Hij wil je veranderen door je te leren hoe je iedere dag kunt leven vanuit en door Zijn liefde. Als je Zijn stem en Zijn hand in je leven herkent, zal je nog meer zoals Hij willen zijn.


De gevolgen van de zonde

We maken een fatale vergissing, als we de Schrift denken te kunnen gebruiken om degenen die alleen maar naar de hemel willen gaan maar geen relatie met de Levende God willen hebben, verlossing aan te bieden. Door te proberen hen een minimum gedragsstandaard aan te bieden, waardoor ze voldoen aan de eis om gered te worden, beroven ze de Schrift van haar kracht, en brouwen ze een wettisch aftreksel waarmee hen een onjuist gevoel van zekerheid wordt gegeven.
In feite zegt het Nieuwe Testament niets over mensen die wel Gods redding willen maar Hem niet. De Schriften nodigen ons zonder enige terughoudendheid uit om als een kind van de meest ongelofelijke Vader in het universum te leven. Als je daarop ingaat zal je ernaar hunkeren om te zijn zoals Hij is. Je zult ontdekken dat Gods manier beter is dan wat dan ook en je zult jouw agenda aan de kant leggen en die van Hem koesteren.
Genade bagatelliseert de gevolgen van de zonde niet. Natuurlijk, uit genade vergeeft God ons, zodat onze relatie met Hem niet gehinderd wordt door onze mislukkingen en ze voorkomt een toename van zonde in ons leven die uiteindelijk zou leiden tot de geestelijke dood. Maar ze heft niet de tijdelijke gevolgen van de zonde op.
Als ik in mijn boosheid tekeer ga tegen mijn kinderen, voorkomt genade niet dat ze daardoor beschadigd worden, en evenmin wat het in mij kapot maakt. Degene die immoreel gedrag vertoont, kan toch nog in verwachting raken of een dodelijke ziekte oplopen. Als je misbruik maakt van iemand om er zelf beter van te worden, zullen ze wat verliezen of pijn lijden en het slachtoffer van een moordenaar zal nog steeds dood zijn.
Als je het zo bekijkt, straft de zonde zichzelf. Ik keek vroeger verlangend naar zonde en zag het als een verboden pleziertje, door God verboden, om te zien of we wel oprecht waren. Ik kon jaloers kijken naar hen die het ogenschijnlijk niets deed, want dat gold niet voor mij. Maar zonde neemt af van waarvoor God ons werkelijk gemaakt heeft. Als we onze wijsheid en verlangens stellen boven die van Hem, misvormt ze ons, wie we werkelijk mogen zijn, en laten we een spoor van verwonde mensen achter ons.
Niemand die de genade van de Vader kent, zal denken dat hij/zij er een loopje mee kan nemen. Integendeel, ze laat ons onze zwakheid en falen zien in het volle licht van Gods liefde. Ze moedigt ons aan om de Vader uit te nodigen in de donkerste plekken van ons hart en Hem te vragen ons te veranderen.
Daarom wantrouw ik degenen die denken, dat berouw de gevolgen van hun zonde tenietdoet en dat mensen gewoon moeten vergeven en vergeten. Echt berouw ontkent niet de pijn die we anderen hebben toegebracht, maar neemt daar de verantwoordelijkheid voor. Vergeving is niet een bedekken van de zonde, maar aanleiding om eerlijk naar onze fouten te kijken en na te gaan wat we kunnen doen (bijv. dingen rechtzetten) aan de schade die we met onze zonden anderen hebben aangedaan.


Doelgerichte genade

Degenen die genade verdraaien, doen dat omdat ze het alleen maar zien als een kaartje naar de hemel. Als Jezus alleen maar aan het kruis stierf om ons te redden van de hel, hoe kunnen we er dan voor zorgen dat we (of anderen) een christelijk leven leiden?
Zo’n manier van denken slaat de plank helemaal mis. God schenkt ons Zijn genade niet alleen maar om ons onze zonden te vergeven en in de hemel toe te laten. Dat zijn bijkomstige plezierige factoren, maar niet waar het in de eerste plaats om gaat. Het doel van genade is ons elke dag toegang te verschaffen tot Zijn aanwezigheid. Genade stelt ons in staat de relatie te hebben (met God), die we door eigen verdienste nooit zouden kunnen verwerven.
Door genade leven, houdt niet in, dat we ongestraft kunnen zondigen, maar in feite “leert ze ons ‘neen’ te zeggen tegen goddeloosheid en wereldse begeerten...” (Titus 2:12).
God weet, dat wanneer we groeien in onze vriendschap met Hem en ontdekken hoe we Hem kunnen vertrouwen, het gegeven dat doordat Hij volmaakt van ons houdt, de wortel van de zonde vernietigd zal worden. Gods genade doet niet af aan Zijn verlangen naar onze heiligheid, maar zuivert het proces. De relatie komt niet voort uit gerechtigheid. Gerechtigheid komt voort uit de relatie.
Daarom verwierp Paulus de gerechtigheid die voortkomt uit menselijke inspanning. Voor het grootste gedeelte van zijn leven had hij dat zelf ondervonden. Hij wist dat het slechts een illusie was, gebaseerd op uiterlijk vertoon, waardoor degene die dit deed voortdurend gefrustreerd werd. Net als bij Adam en Eva, die ervoor hadden gekozen om zichzelf te vertrouwen in plaats van hun Schepper, is het gedoemd om totaal te mislukken.
Maar toen God Zijn genade aan Paulus bewees en hij de liefde die Vader voor hem had ontdekte, zelfs na al die afschuwelijke dingen die hij gedaan had, veranderde dat Paulus. Hij wist dat hij de dood had verdiend en dat zijn leven gespaard werd, en dat zijn leven hem nu niet meer toebehoorde. De ware schat ligt in het kennen van God in al Zijn volheid en de Zoon die Hij uit de dood heeft opgewekt.
De kracht van het kruis had de weg gebaand voor een eeuwige vriendschap tussen hem en de Vader. En naarmate hij die liefde leerde te vertrouwen, zag Paulus zijn leven veranderen. Vleselijke begeerten werden steeds minder en hij merkte dat hij zich gedroeg op een manier die hemzelf zo verbaasde, dat hij dat niet op zijn eigen conto durfde te schrijven.
Hij beschreef het als de gerechtigheid die het gevolg is van God vertrouwen en hij wist, dat het precies het tegenovergestelde was van de gerechtigheid die hij door werken had verkregen. Toen hij eenmaal van de levenswijze had geproefd die voortkomt uit ‘God vertrouwen’, wilde hij nooit meer terug.
‘Leven vanuit de verandering die voortkomt uit God vertrouwen’, daar draait het om. Als je merkt dat je een vriendelijk woord voor iemand hebt, waar je aanvankelijk boos zou hebben gereageerd, of je merkt dat je geen belangstelling meer hebt voor iets wat je vroeger gek van verlangen kon maken, of je geeft iets weg of op, wat je dierbaar is zonder er verder over na te denken, dan weet je wat Paulus wist.
Het is de gerechtigheid zoals alleen God die kan voortbrengen. Als je dit eenmaal hebt geproefd, zal je nooit meer tevreden zijn met minder.


“…opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus.”

- Fil. 3: 8-9

 



Vragen voor je persoonlijke reis:

• Heeft een onjuist begrip over genade je passie voor gerechtigheid verminderd, of heeft het je hongeriger gemaakt voor de gerechtigheid die voortkomt uit God vertrouwen?
• Als het eerste het geval is, vraag God dan om je dichter naar Hem toe te trekken, zodat je liefde voor Hem een verlangen teweeg zal brengen om op Hem te gaan lijken.
• Kijk ook eens of je ergens gerechtigheid stelt boven relatie, omdat je denkt, dat jouw inspanningen je meer aanvaardbaar maken voor God.
• Vraag Hem om je te laten zien, wat het betekent om op Hem te vertrouwen in de moeilijke momenten van je leven op dit moment.


Voor bespreking in de kleine groep:

• Praat met elkaar over hoe je in het verleden naar genade keek en wat je in dit hoofdstuk hebt gelezen.
• Welke heb jij geprobeerd aan genade toe te voegen? Werkte het?
• Hoe kijk jij naar zonde: als een verboden pleziertje of als iets dat Zijn aanwezigheid verstoort?
• Vertel eens over een voorval waarin je gerechtigheid ervaren hebt, die gewoon voortkwam uit het feit, dat je op God leunde in plaats van op jezelf.
• Op welke gebied merk je dat je de eis van gerechtigheid stelt boven de vreugde van de relatie? Vraag God om je te helpen deze volgorde om te draaien en te leren je vreugde in Hem te vinden.

Ga naar hoofdstuk 19